27 sep 2018

Groen neemt aanstoot aan de uitstoot: stedenplan voor gezonde lucht

Groen verzamelde gisteren in Gent voor een ‘Stedentop Gezonde Lucht’. Uit de resultaten van de Vlaamse Milieumaatschappij blijkt dat krachtige maatregelen tegen luchtvervuiling in onze centrumsteden hoogdringend zijn. “Het is bijzonder slecht gesteld met de luchtkwaliteit in Vlaanderen en Brussel. We willen dat 14 oktober een keerpunt wordt en dat er in de centrumsteden echt werk gemaakt wordt van strijd tegen luchtvervuiling. Met Groen nemen we aanstoot aan de uitstoot. We lanceren een tienpuntenplan dat we in elke centrumstad en Brussel willen uitrollen”, stelt Meyrem Almaci, voorzitster van Groen.

1 ZONE GEZONDE LUCHT

De lage emissiezones zijn vandaag in elke stad anders. Dat wordt een onoverzichtelijk kluwen. Groen stelt voor om in elke stad dezelfde regels en normen in te voeren in plaats van het huidige lappendeken. Gezonde lucht stopt niet aan gemeentegrens en zo maken we in heel Vlaanderen en Brussel 1 zone gezonde lucht.

INVESTEREN IN GROENE ‘ROETFILTERS’

De groene lijsttrekkers en schepenen van de Vlaamse centrumsteden en Brussel verzamelden in Gent om de resultaten van het Gentse beleid te bespreken, en om concrete maatregelen af te spreken voor meer gezonde lucht. Joost Venken vertegenwoordigde Groen Hasselt. “We pleiten ook in Hasselt voor een mobiliteitsplan dat twee doelstellingen combineert: een veiliger verkeer, en gezondere lucht. We moeten nu de keuze durven maken voor duurzame mobiliteit en een echte modal shift. Daarom zetten we zo in op schoolstraten en op fietsinfrastructuur. Daarnaast moeten we investeren in stadsparken en geveltuintjes, die als roetfilter kunnen werken en zo de buurt groener en gezonder maken”, stelt Venken.

CHARTER

Aan het einde van de stedentop tekenden de lijsttrekkers een charter voor gezonde lucht. Daarin pleit Groen ook voor jaarlijks overleg tussen steden over de luchtkwaliteit en permanente metingen van de luchtkwaliteit in elke stad. “De Vlaming is de ongezonde lucht meer dan beu. We zijn de roetvlek van Europa en dat kost jaarlijks duizenden mensenlevens. Joggen in de stad is ongezonder dan thuis blijven. Zelfs ongeboren kinderen ontsnappen er niet aan. Laat 14 oktober dus een kantelpunt zijn voor gezonde lucht. Enkel met groene bestuurders is een ommekeer mogelijk”, besluiten Almaci en Venken.

DOSSIER - STEDENTOP GEZONDE LUCHT - AANSTOOT AAN DE UITSTOOT

Regularisaties van Europa

"België haalt alle Europese doelstellingen in 2016" kopt het recente Jaarrapport lucht van de VMM. In de kleine lettertjes lezen we hoe de vork echt in de steel zit. België vroeg en kreeg een regularisatie van Europa: de drempel werd voor de gelegenheid wat lager gelegd. De realiteit is dat België al jaren buist op het vlak van stikstofdioxide-uitstoot. Sinds 2010 halen we de Europese norm enkel door opeenvolgende regularisaties.

Normen volstaan niet

De Europese normen volstaan ook niet om onze gezondheid te beschermen. Het zijn politieke normen waarin de belangen van de economie meespelen. De enige normen die enkel rekening houden met de gezondheid zijn die van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dat zijn de enige echte gezondheidsnormen waar we naar streven met onze Groene voorstellen.

10-puntenplan

Slechte lucht houdt niet op aan de gemeentegrenzen. Verschillende hefbomen om naar een properdere lucht te gaan, bevinden zich op hogere niveaus. Maar toch kan een stadsbestuur het verschil maken en haar inwoners ademruimte geven. We presenteren een 10-puntenplan voor propere lucht in onze steden.

Overzicht jaargemiddelde stikstofdioxide in centrumsteden

Het jaargemiddelde stikstofdioxideconcentratie uitgedrukt in microgram/m3. Die waarde is vooral gelinkt aan uitstoot door verkeer. De Europese en WHO-norm ligt op 40 microgram/m3. De tabel geeft de hoogste waarde in elke stad aan, meestal gelegen aan een drukke verkeersweg die het grondgebied van de stad doorkruist.

Tabel 1: Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide Vlaamse centrumsteden en Brussel, 2016

Luchtfoto2.jpg

Bron: geëxtrapoleerde kaart Ircel

http://www.irceline.be/nl/luchtkwaliteit/metingen/stikstofdioxide/historiek/no2_anmean_rioifdm

 

Figuur 1: Jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide Vlaamse centrumsteden en Brussel, 2016

Luchtfoto3.jpg

Bron: Irceline

http://www.irceline.be/nl/luchtkwaliteit/metingen/stikstofdioxide/historiek/no2_anmean_rioifdm

 

CHARTER VOOR GEZONDE LUCHT

Groen gaat voor een halvering van het aantal vroegtijdige overlijdens door slechte lucht tegen 2024. Dat is ambitieus en vraagt ingrijpende maatregelen. Maar ambitie is nodig om naar properdere lucht te gaan. Daarom engageren de lijsttrekkers en schepenen van de 13 centrumsteden en Brussel zich vandaag om in de volgende legislatuur moedige keuzes te maken voor gezonde lucht.

1. Een mobiliteitsplan in elke centrumstad

Groen gaat voor autoluwe stadskernen en -centra. Naar Gents voorbeeld kiezen we voor verkeerscirculatieplannen en parkeerbeleid om doorgaand autoverkeer te weren uit de stad. In Gent daalde de stikstofdioxide-uitstoot in de zone van het circulatieplan dubbel zo snel als in de rest van Vlaanderen (daling van 18%). Bezoekersverkeer vangen we op aan de rand van de stad via park & rides en we voorzien vlotte verbindingen met openbaar vervoer en deelfietsen.

2. Lage emissiezone

Om echt werk te maken van een betere luchtkwaliteit worden op korte termijn (oude) dieselwagens uit de stad geweerd, als transitiepad richting een volledige elektrificatie van het wagenpark op langere termijn. We scherpen het instrument van lage-emissiezones in de grotere steden verder aan, maar we voorzien ook de mogelijkheid om lagere emissiezones in te voeren voor een ruimer gebied (bijv. een gehele agglomeratie of een streek). Op termijn gaan we voor een lage-emissiezone over heel Vlaanderen en Brussel. De lage-emissiezones in steden willen we gefaseerd verstrengen, in eerste instantie voor dieselwagens.

De invoering van een lage emissiezone bereiden we goed voor. Voor Groen is het van groot belang dat rekening gehouden wordt met alle mogelijke sociale effecten. Ieders recht op mobiliteit moet verzekerd blijven. We kiezen niet voor het Antwerpse maar voor het Gents model dat meer sociale garanties voor een betere mobiliteit.

3. Shift in ruimtegebruik

Een slim ruimtelijk beleid beperkt de verplaatsingsafstand en dus ook de uitstoot. We investeren meer in fietspaden en nieuwe infrastructuur voor snellere elektrische fietsen en vormen straten om naar fietsstraten. We maken een upgrade van alle verbindingen voor voetgangers. Door een hogere frequentie en een betere doorstroming stappen mensen op bus en tram. Ook in regionale steden willen we tramlijnen.

We zetten actief in op een autodeelbeleid en geven een nieuwe invulling aan de vrijgekomen parkeer- en verkeersruimte. Straten en pleinen geven we terug aan de omwonenden. Grote verkeerswegen in en rond de stad werken we weg door overkapping of ondertunneling.

4. Schoolstraten als norm

Het drukke verkeer aan de schoolpoort zorgt voor verkeersonveilige situaties maar ook voor slechte lucht op de speelplaatsen en in de klaslokalen. Onlangs bleek uit schoolmetingen van Greenpeace dat de luchtkwaliteit in 6 op 10 Vlaamse en Brusselse scholen zorgwekkend tot slecht is. Dat kan anders. We maken van schoolstraten de norm. Die straten worden bij aanvang en aan het einde van de schooldag een half uur afgesloten voor het autoverkeer. Als de context het afsluiten voor het verkeer onmogelijk maakt, bekijken we of een schoolerf met een snelheidsbeperking tot 20 km/u mogelijk is.

5. Ruimte voor groen

En er is nood aan meer groen in onze steden. Geveltuintjes maken we meldingsplichtig in plaats van vergunningsplichtig. Wie een geveltuintje wil aanplanten, hoeft dus niet meer te wachten op een vergunning en krijgt bovendien nog een duwtje in de rug door een premie. Tegen 2024 creëren we zo in alle centrumsteden en Brussel samen 26 ha extra groene gevels.

Slim ingeplante bomen kunnen een positief effect hebben op de luchtkwaliteit in de straten. Per stad willen we 500 tot 1000 nieuwe straatbomen aanplanten. Elke inwoner moet op minder dan 5 km van zijn woning toegang hebben tot een groot natuur- of bosgebied.

6. Samen met bedrijven werk maken van minder uitstoot

Vanuit de steden begeleiden we bedrijven om hun uitstoot terug te dringen. We monitoren pro-actief de luchtkwaliteit rondom bedrijven en begeleiden hen via concrete maatregelen in het verdere traject. Wanneer de luchtkwaliteit niet verbetert, wordt er ingegrepen via het vergunningen- en adviseringsbeleid. Een lokaal bestuur geeft de nodige omgevingsvergunningen voor klasse 2 en 3 bedrijven en kan hierdoor eisen stellen m.b.t. luchtkwaliteit. Voor klasse 1-bedrijven wordt de vergunning verleend door de Vlaamse overheid maar kan een lokaal bestuur een advies geven. Hiervoor hanteren we in onze advisering dezelfde strenge visie op het vlak van luchtkwaliteit.

7. Geïsoleerde woningen verbruiken minder

Hoe minder energie huizen verbruiken, hoe beter voor de luchtkwaliteit. We maken een thermografische kaart van de stad en koppelen aan de bekendmaking van deze kaart begeleiding, een subsidiereglement en een groepsaankoop voor duurzame isolatiematerialen. Vlaamse premies voor energie-renovatie vullen we aan met lokale subsidies. We bieden informatie op maat aan via één centraal loket, dat ook online raadpleegbaar is. Burgers en verenigingen kunnen er terecht voor kosteloos eerstelijns energie-advies bij renovatie- en nieuwbouwprojecten, energie-audits, goedkope leningen voor energiebesparingsinvesteringen,... Zo zullen we de renovatiegraad minstens verdubbelen. We zetten extra in op de renovatie van private huurwoningen. Voor nieuwe woningen leggen we de lat hoger: die zullen klimaatneutraal zijn.

8. Warmtenetten en –pompen houden ons warm

Houtkachels, haarden en allesbranders stoten veel fijn stof en schadelijke roetdeeltjes uit. Steden spelen een belangrijke rol om hun inwoners hierover te sensibiliseren. Aanvullend stimuleren we de vervanging van houtkachels door milieuvriendelijke alternatieven, zoals de aansluiting op een warmtenet of een warmtepomp (in combinatie met zonnepanelen). De stad neemt een regierol op in de optimalisatie van bestaande warmtenetten en de uitbouw van nieuwe warmtenetten op hernieuwbare energie of restwarmte. Tegen 2024 onderzoeken we in elke stad het potentieel voor warmtenetten en ontwikkelen we een groene warmtestrategie. We zoeken een match tussen warmteoverschotten en afname (tussen bedrijven onderling of van bedrijven naar woonwijken, …) en maken warmtezoneringsplannen op. In verschillende steden leggen we warmtenetten (verder) aan. Voor warmtepompen en zonneboilers verlenen we een bijkomende premie bovenop de Vlaamse premies.

9. Meten is weten

"Ik ben het slachtoffer van mijn eigen transparantie", dixit Schauvliege onlangs in Humo over luchtkwaliteit. Dat is niet onze lijn. Stedelingen verdienen te weten hoe vuil of proper de lucht is die ze inademen en ze verdienen au serieux genomen te worden als ze verbetering eisen. We verhogen de monitoring van de luchtkwaliteit in onze steden door permanente en tijdelijke metingen. We werken samen met burgers om participatieve luchtmeetcampagnes uit te voeren. Via de opmaak van gedetailleerde luchtkwaliteitskaarten brengen we de evolutie van de luchtkwaliteit voor alle plekken in de stad in kaart. Via infoschermen en een online platform geven we de actuele info over de stedelijke luchtkwaliteit mee aan de bewoners en bezoekers.

10. Jaarlijkse stedentop ‘Gezonde Lucht’

Laat vandaag de start zijn van een nieuwe traditie. We engageren ons om elk jaar samen te komen op een 'Stedentop schone lucht'. Dat forum gebruiken we niet alleen om best practices en uitdagingen uit te wisselen maar ook om experten te horen. We evalueren onze aanpak, formuleren onze ambities voor de komende jaren en geven onze verwachtingen mee aan de hogere beleidsniveaus. Burgers geven we hier een platform om problemen en oplossingen aan te kaarten.

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.