16 feb 2021

Klimaatadaptatie en vergroenen van Hasselt

Afgelopen week ontmoette ik Ine Poelmans. Een interview over klimaatadaptatie en het vergroenen van Hasselt, dat sla ik nooit af.

even voorstellen:
Ine Poelmans is een vierentwintigjarige inwoner van Hasselt en studeert momenteel in Leuven. Ze behaalde in 2019 een diploma in de architectuur maar wou zich verder verdiepen in duurzaamheid. Ze zette haar studie verder met een relatief nieuwe, internationale master in ‘Sustainable Development’ aan de KU Leuven. Ze is vooral geboeid door klimaatadaptatie en duurzame ontwikkeling van steden. Aan de hand van een interview met de Hasseltse schepen voor milieu en klimaat, Joost Venken, wilt ze achterhalen hoe een stad zoals Hasselt omgaat met klimaatverandering en welke actie hierin ondernomen wordt. In het interview gaat de focus uit naar het vergroenen en ontharden van de stad.


Wat verstaat u onder klimaatadaptatie?

Wij hebben als mensheid de grote kans gemist om de klimaatverandering te vermijden en we zijn ondertussen zo ver dat die bezig is. Dit betekent, of we het nu graag hebben of niet, dat we ons hieraan moeten aanpassen. Dat aanpassen zal op vele vlakken moeten gebeuren, want klimaatverandering heeft ook op vele vlakken impact. Voor een lokaal bestuur zal deze aanpassing zich vooral situeren op ruimtelijk vlak. Het weer wordt onstabieler en extremer, meer stormen à la Pukkelpop bijvoorbeeld, en zal leiden tot meer wateroverlast of watertekort. Dit heeft een grote impact in stedelijke omgevingen, denk maar aan riolering of problemen zoals hittestress. Dat zijn een aantal elementen die een hele grote rol zullen spelen in de toekomst en waar we ons aan zullen moeten aanpassen.


U haalt al het probleem van hittestress aan. In de Hasseltse binnenstad is er vandaag duidelijk sprake van een hitte-eiland effect (hogere temperaturen in de binnenstad vergeleken met de gebieden rondom), wat grotendeels veroorzaakt wordt door de vele verhardingen. Zijn er al acties ondernomen om dit te verbeteren of zijn er plannen naar de toekomst toe?

We proberen daaraan te werken binnen de kaders die we hebben. Ruimtelijke verordeningen is zo een voorbeeld. Deze zijn we aan het herzien en hier gaan we veel meer aandacht hebben voor het klimaat dan dat voorheen het geval was. Dat betekent dat wanneer we bouwaanvragen binnenkrijgen, we ook regels gaan opleggen. Dit kan gaan over een minimum percentage aan groen, beperkingen op hoeveelheid verharding enzovoort. Daar zijn we volop mee bezig om dat uit te werken en om dat in wetgeving vorm te geven, zodat we een zekerheid hebben dat we niet gaan blijven verharden. We zijn daarnaast ook actief bezig met op openbaar domein zo veel mogelijk bomen aan te brengen die enerzijds zorgen voor meer waterinsijpeling en anderzijds het hitte-eiland effect tegengaan.


Een van jullie recente verwezenlijkingen zijn de mobiele pop-up parkjes in de Hasseltse binnenstad. Waarvoor dienen deze juist?

Dit is een tijdelijke ingreep waar grote bakken met streekeigen beplanting worden geplaatst op verharding. Dit is niet zozeer om de verharding echt te vervangen maar vooral een manier om mensen te laten ervaren hoe het ook anders kan. Dit is heel belangrijk want je hebt altijd weerstand tegen verandering. Bijvoorbeeld parkeerplaatsen opgeven voor een groene invulling is iets wat heel gevoelig ligt bij mensen. Door op plaatsen waar er momenteel veel te weinig groen aanwezig is en nog plannen moeten gemaakt worden, te laten zien wat groen zou kunnen betekenen, proberen we op die manier enthousiasme te krijgen over meer groen in de stad. Dat is voornamelijk het opzet van die pop-up parkjes.


Een ander probleem dat wordt uitvergroot door de klimaatcrisis is wateroverlast. In veel steden worden eerder de symptomen bestreden (bv. het aanleggen van steeds grotere rioleringsbuizen), dan de oorzaak aan te pakken (te veel verharde oppervlakken en te weinig groen). Zijn jullie zich als stadsbestuur hiervan bewust en zo ja, wat is jullie strategie om deze problematiek op een duurzamere manier aan te pakken?

Ja dat is een heel terechte opmerking. Het heeft inderdaad geen zin om buizen te blijven vergroten voor bepaalde pieksituaties. Je moet daar structureler mee om proberen te gaan. In Hasselt zijn we bij de eersten om met gescheiden riolering grootschalig aan de slag te gaan, wat ook helpt hierin. Als we het vuile rioleringswater en het propere regenwater gaan scheiden, dan bereiken we al direct een heel andere situatie. Daarnaast proberen we hier ook aandacht voor te hebben in ons vergunningsbeleid. We moeten ervoor zorgen dat wanneer je verharding creëert, dat je op het terrein zelf zorgt voor je waterhuishouding door recuperatie van water. Hiervoor stimuleren we onder andere groendaken, weliswaar niet met een subsidie. Dat wil niet zeggen dat dit niet kan komen, maar dit is nog een relatief nieuw gegeven en we zijn nog een beetje zoekende naar de juiste methodieken om dit van de grond te krijgen.


Er zijn dus momenteel geen subsidies voor groendaken in Hasselt. Zou dit nochtans geen stimulans kunnen zijn voor mensen om voor een groendak te kiezen? Het installeren van groendaken kan namelijk een verschil maken wat betreft temperatuur of het reduceren van waterafvoer.

Nee, dat klopt. Als we kijken naar steden zoals Antwerpen of Gent, plaatsen waar men met subsidies werkt, zien we dat dat niet zoveel vruchten heeft afgeworpen. Het is niet omdat je iets subsidieert, dat het daarom ineens vooruit gaat. Een hele grote drempel bij het plaatsen van groendaken, naast het financiële, is ook de
knowhow. Je moet weten of het een opportuniteit is voor jouw situatie. We zijn dus volop aan het bekijken op welke manier we daarin ondersteunend kunnen werken.
We proberen de burgers ook te stimuleren met een soort van dakenplan. Als je van bovenaf naar de stad kijkt, ligt daar eigenlijk nog een hele stad die we niet gebruiken. De binnenstad van Hasselt is een en al dak en je vindt daar nauwelijks zonnepanelen of groendaken. Dat is spijtig want hier valt zoveel meer mee te doen. Als je kijkt naar Rotterdam bijvoorbeeld, die hebben hier heel bewust op ingezet en hebben schitterende dingen gedaan rond daken.

Groendaken © Gemeente Rotterdam


Wat zijn de huidige en toekomstige plannen/strategieën voor het ontharden en vergroenen van openbare ruimte in Hasselt, met aandacht voor meer biodiversiteit?

Een voorbeeld wat al enigszins gerealiseerd is, is de grote markt. Dit is altijd een grote betonnen oppervlakte geweest, waar we nu heel nadrukkelijk gekozen hebben om vrij grote, monumentale bomen te plaatsen. We willen in de binnenstad inzetten op veel meer bomen en dat zijn we volop aan het uitrollen. We zien bomen echt als een hulpmiddel in termen van klimaatadaptatie op verschillende vlakken, zowel naar waterhuishouding toe als het hitte-eiland effect. Er komen in totaal een vijfhonderd tal klimaatbomen in de binnenstad met dat doel, wat geen sinecure is. In een stedenlijke omgeving heeft alles zijn plaats. Iets nieuws plaatsen komt vaak in de plaats van iets anders.

“Met het veranderende klimaat kunnen we de vraag stellen of we moeten blijven vasthouden aan de huidige biodiversiteit.”

Wat biodiversiteit betreft, zitten we met een discussie die in het kader van klimaatadaptatie meer en meer gaat komen. Aan de ene kant willen we de bestaande biodiversiteit zoveel mogelijk behouden en stimuleren en kiezen we voor het planten van veel streekeigen planten, bomen en struiken. Maar aan de andere kant is er nu eenmaal dat veranderende klimaat en gaat de biodiversiteit ook veranderen, of we dat nu graag hebben of niet. Hoe we hiermee moeten omgaan is nog niet duidelijk. Daarom beginnen we hier met een soort proef waarbij we bewust boomsoorten gaan introduceren die inheems zijn aan de Middelandse Zee op plekken waar het hitte-eiland effect enorm speelt. Want als je hier streekeigen bomen plant die niet aangepast zijn aan dit nieuwe klimaat, zullen die het niet overleven. De vraag is of we ons moeten blijven vasthouden aan de huidige biodiversiteit of moeten we aannemen dat ook dit gaat veranderen? Je kunt de natuur niet hier houden als het klimaat verandert. Maar als we dan die omslag maken in het kader van klimaatadaptatie, brengen we invasieve soorten binnen die een bedreiging zullen vormen voor de lokale biodiversiteit, die reeds bedreigd wordt door de klimaatverandering. Daar zijn we nog niet uit, ik denk niemand.


Zoals u al zei nemen bomen ruimte in in de stad. In de binnenstad zijn de straten nochtans niet al te breed en hier bomen toevoegen is vaak een probleem. Denken jullie dan ook aan alternatieven zoals verticale groenvoorzieningen?

Ja, daar willen we ook naar kijken. Op het Groenplein bijvoorbeeld is lang geleden al een aanzet naar gevelgroen gedaan en dit willen we graag versterken en vergroten. Dit in de letterlijke zin van het woord, dat er veel meer gevels groen worden. Maar we zijn nog op zoek naar de juiste strategie. We zouden een straat kunnen zoeken waar er mensen zijn die hier graag hun schouders onder willen zetten en waar we een soort proef kunnen doen. We zouden hiervoor dan ook subsidies kunnen voorzien, specifiek gebiedsgericht om straten enorm te vergroenen. Het doel is dan vooral om een voorbeeld te realiseren, een aantrekkingspool waar mensen naar kunnen komen kijken en dat voldoende inspirerend werkt en tot de verbeelding spreekt. Want mensen hebben vaak vooroordelen ten opzichte van gevelgroen of weten niet wat de mogelijkheden zijn. Dit is namelijk niet beperkt tot groenmuren, maar ook slingergroen dat over de straat heen loopt of (toegankelijke) groendaken vallen hieronder. We hebben hiervoor de ideale locatie nog niet gevonden, maar het gesprek is wel volop aan de gang. Of we daarvoor dan subsidiering moeten uittrekken, moeten we dan bekijken. Maar zonder inspirerende voorbeelden lukt het niet.
Je merkt wel dat het leeft op kleine schaal, als je bijvoorbeeld kijkt naar de tegeltuintjes. Dat heeft een gigantisch succes. Iedereen die in de binnenstad woont, kan vragen of wij een tegeltje of twee komen opbreken en om een tegeltuintje te zetten. Ik denk dat we in totaal al aan een zeshonderdtal tegeltuintjes zitten die op een heel korte tijd zijn bijgekomen. Dit geeft ook aan dat dit echt leeft bij mensen, de vraag naar meer groen en al de voordelen die erbij horen.
We bieden ook aan aan de inwoners om mee de boomspiegels van bomen te onderhouden. Dit zijn de vierkante stukken grond rondom laanbomen. Meestal zetten we daar nu een soort bodembeplanting, maar het kan natuurlijk nog veel mooier. Alleen kunnen wij als stad dat niet overal voorzien. Maar dit kunnen gerust tuintjes worden, zowel voor het zicht als bijvoorbeeld voor het kweken van aardappelen. Ook die mogelijkheden bieden we aan om zo inwoners te stimuleren.
Dit zijn vergroeningen op kleine schaal, maar de grootste ‘groene longen’ zijn de parken. We hebben ooit een studie laten uitvoeren over het hitte-eiland effect en op deze hittekaarten zie je heel duidelijk dat het Kapermolenpark een groene long is die de stad doet afkoelen. Die functie willen we absoluut behouden en vooral ook uitbreiden. Meestal staan parken onder druk, maar wij willen ze inhoudelijk versterken, zodat ze meer functies op zich nemen, en daarnaast de parkruimte in de stad uitbreiden. We zijn voor verschillende parken pistes aan het uitwerken. Voor het Kapermolenpark hebben we gekozen voor een meer natuurlijke aanpak, waar we de Demer bijvoorbeeld meer laten meanderen. Dit was echt een sprong in het diepe, waar veel twijfel over was. Maar uit een recent onderzoek van de PXL blijkt deze meander nu te krioelen van het leven, met meer vissoorten dat we ooit gedacht hadden. Ook soorten die anders weinig kansen krijgen. Dit is een enorme winst geweest voor de biodiversiteit. En een parkfunctie moet hier niet onder lijden, integendeel.


Het is belangrijk voor lokale fauna en flora om kleine geïsoleerde habitats in de stedelijke omgeving te verbinden. Natuur en waterlopen moeten worden verweven tot een groenblauw netwerk. Zijn er plannen om dit netwerk in Hasselt uit te breiden? Ik heb al vernomen dat er gewerkt wordt aan de realisatie van een groot recreatief natuurgebied, namelijk ‘Prinsbeemden’, wat alvast een stap in de goede richting is naar toegankelijk groen nabij het stadscentrum. Zijn er nog andere natuurverbindingen op komst?


Kapermolenpark © Stad Hasselt


Ja Prinsbeemden is zeker een bewuste aankoop om zowel het natuurgebied zelf te versterken als aan dit groenblauwe netwerk te werken. We hebben voor Hasselt een groenstructuurplan laten opmaken, dat toont wat er in Hasselt reeds aanwezig is maar vooral wat er nodig is om de biodiversiteit op peil te houden. Hierop zie je dat de Demer een cruciale as is. Vervolgens hebben we gekeken hoe we deze as kunnen versterken, zowel op vlak van natuur als naar het recreatieve toe. Je zou een Demerpark kunnen maken, een langwerpig park van de universiteit van Diepenbeek doorheen heel Hasselt richting Herkenrode. Eigenlijk is dit al bijna zo, alleen is dat niet met elkaar verbonden en zitten daar nog enkele punten tussen die frictie opleveren.
Prinsbeemden is een schitterend stuk natuur gelegen aan deze groene as. Ik ben heel blij dat we dit hebben kunnen aankopen want het is voor vele Hasseleren nog onbekend terrein. We willen hier dan ook die dubbele functie terugbrengen, enerzijds de biodiversiteit en de natuur versterken en anderzijds het recreatief inzetten. Ik ben ervan overtuigd dat men aanraking moet hebben met de natuur om er waarde aan te geven. Dat is trouwens één van de positieve punten van de coronacrisis, dat mensen massaal naar buiten gegaan zijn.


Zijn er door de coronacrisis bepaalde pijnpunten bloot komen te liggen als het gaat over groen, publieke ruimte en ruimtelijke inrichting in Hasselt?

Als we het over de hele oppervlakte bekijken, blijkt dit best wel mee te vallen en hebben we veel meer groen dan mensen weten. En daar wringt nou net het schoentje, dat alle mensen naar dezelfde plekken gaan. Herkenrode, domein Kiewit, Kapermolen… dat zijn de klassieke hotspots en terecht, want het zijn ook heel knappe gebieden. Maar er is zoveel meer dan dat. Omdat mensen dat niet weten, is het heel geconcentreerd op die plekken en heb je daar tijdens coronatijden te veel volk, terwijl het op andere plaatsen nog heel rustig is. Als we dit wat beter zou spreiden, zou iedereen eigenlijk op een veilige manier kunnen genieten van de natuur. Dat is een taak die voor ons heel duidelijk is geworden. In


Prinsbeemden © Joost Venken


coronatijd hebben we de belangrijkste wandel- en natuurgebieden in Hasselt al op de website aangeboden, maar we willen dat ook op papier gaan doen. We hebben hiervoor een twintigtal wandelgebieden geselecteerd, gaande van kleinschalige wandelgebieden zoals Tommelen in Runkst tot bijvoorbeeld de Herkenrodebossen waar je kilometers en kilometers kan wandelen. Dit zijn relatief kleine (soms) maar vooral onbekende gebieden.


De grootste taak is dus het bekendmaken van deze gebieden en niet zo zeer het uitbreiden van groenruimtes?

Het is eigenlijk een mix van de twee. Wat de bestaande groengebieden betreft, doen we het goed, maar tegelijkertijd ben ik ook bezorgd. Corona heeft wel geholpen in het creëren van een draagvlak voor natuur, maar buiten de coronacrisis gerekend, is dit draagvlak niet zo groot. Van het moment dat je ergens discussie krijgt, bijvoorbeeld men wilt een nieuwe inplanting doen van een winkel, dan wordt er in de eerste plaats gekeken naar gronden met natuur. Dat is een mindset die we moeten veranderen, anders is dat een straatje zonder einde. Daarom is het zo belangrijk om mensen hierbij te betrekken.
Daarnaast moeten we ook inzetten op verwerving. Het groenstructuurplan dat we hebben laten ontwikkelen dient als leidraad daarvoor. Dit plan geeft aan waar er momenteel hoge biodiversiteit is en waar deze in de toekomst gewenst is, alsook welke stapstenen hiervoor nodig zijn. Op basis daarvan hebben we eigenlijk heel Hasselt opgedeeld in zones en heel concreet bepaald waar we moeten inzetten op natuur en biodiversiteit, ook al is dat op dit moment misschien geen openbaar domein. In dat geval zullen we dat moeten gaan verwerven. Het is dus zeker niet dat we dit pad niet gaan bewandelen, maar het is belangrijk dat we ze allebei doen. Het één kan niet zonder het andere.


U hebt in het begin al vermeld dat jullie bij nieuwbouwprojecten kijken naar bijvoorbeeld minimum percentage aan groen. Wordt dit dan als voorwaarde opgelegd aan projectontwikkelaars?

We werken rond een heel aantal parameters voor leefkwaliteit, die zowel groen en duurzaamheid als bijvoorbeeld sociale elementen omvatten. Op basis daarvan toetsen wij projecten af en gaan we in dialoog met de ontwikkelaars. We hebben voor een deel minimumnormen, die zeker behaald moeten worden, en daarnaast werken we met schuifregelaars. Je kan nu eenmaal niet van alles het ideale project maken. De ene keer zet je wat meer in op groen, de andere keer wat minder. Maar dat minimumniveau, ik geloof dertig procent groen, moet sowieso behaald worden. Dat is voor de binnenstad alvast een degelijk percentage. Want natuurlijk wil een ontwikkelaar iedere vierkante centimeter volbouwen want dat betekent verdienste. Met groen verhogen ze misschien wel de leefkwaliteit, maar dat brengt voor hen veel minder op.


Wordt deze ambitie van meer groen en minder verharding in de stad ook vertaald in het beperken van het volbouwen van open ruimte (cfr. betonstop)? Zijn er plannen waarop aangegeven wordt welke gronden in de toekomst niet meer bebouwd mogen worden en die voorzien zijn voor groen? Dit gaat in de meeste gevallen over gronden in privébezit, is het de bedoeling om op termijn deze gronden op te kopen en de eigenaars te vergoeden?

De optie die Vlaanderen voorzien heeft, namelijk deze grond opkopen, is gewoon onbetaalbaar. De meeste van deze gronden worden nu gewaardeerd als bouwgrond en hun waarde als groen wordt vaak niet correct gewaardeerd. We spreken hier over een gigantisch verschil in waarde: voor natuur is dit vier euro per vierkante meter, voor bouwgrond is dit misschien duizend keer zoveel. Dat maakt het quasi onmogelijk om deze gronden om te zetten naar groen.
Indien deze gronden in ons eigen patrimonium liggen, deze zijn weliswaar relatief beperkt, hoeven we daar geen schadevergoeding voor te betalen. Deze kunnen we dus gemakkelijk omzetten naar groen en daarmee aansluiten bij de visie die achter betonstop zit. Want dat is nu eenmaal de correcte visie, namelijk de kernen gaan versterken en vermijden dat we gaan uitwaaieren over heel het grondgebied. We kunnen wel met vergunningen hier naartoe proberen te werken. Stel, iemand heeft een stuk bouwgrond op een plaats waar we dit liever niet hebben. We kunnen die persoon natuurlijk niet verbieden een bouwaanvraag in te dienen. Dus proberen wij stimulerend te werk te gaan. Kom je met een project af in het binnengebied, dan staan we daar achter, maar met projecten buiten een kerngebied gaan wij niet de meest constructieve partner zijn. Als stad heb je wel wat tools in handen zoals het opleggen van veel voorwaarden, waarbij mensen spontaan gaan zoeken naar alternatieven en we meer kernversterkend te werk kunnen gaan.
We hebben het in België, en in Vlaanderen vooral, helaas zo ver laten komen. De weg naar ontharden en meer open ruimte is moeilijk. Een enige manier waarin ik een beetje geloof is grondruil, maar deze piste is nog niet voldoende onderzocht. Maar ook hier blijft het financiële een moeilijk verhaal. We zouden eventueel gronden die beter gelegen zijn en in het bezit zijn van de stad kunnen ruilen, om op die manier te zorgen dat we het geld niet cash op tafel moet leggen. Dit blijft natuurlijk een beperkte oplossing, het gaat niet voor grote veranderingen zorgen.


Wordt er bij het plannen of uitvoeren van deze initiatieven van groeninfrastructuur ook naar economische of monetaire voordelen gekeken? Hiermee bedoel ik indirecte, economische winsten dankzij gezondere inwoners, lagere zorgkosten, hogere waarden van vastgoed, lagere energiekosten of een hogere arbeidsproductiviteit.

Ik kan niet direct op een voorbeeld komen waarbij we sensibiliserend daarop inzetten, maar ik deel absoluut de mening. We hebben dit wel al ingezet via de natuurwaardeverkenner van Vlaanderen in onze eigen beslissingsprocessen. Het
is hallucinant hoe vaak we de vraag binnenkrijgen om een stuk natuurgebied in te palmen voor bijvoorbeeld industrie en waarbij ze als compensatie op een stuk braakliggend terrein enkele bomen willen planten. Compensatie moet een reële compensatie zijn. We moeten tot de mindset komen dat de natuurwaarde wordt meegerekend. Daar zetten we dan de natuurwaardeverkenner op, waarbij we eigenlijk monetair gaan vertalen wat de waarde is van die natuur.
Die natuurwaardeverkenner houdt rekening met alle mogelijke directe en indirecte voordelen die de natuur te bieden heeft en plakt hier dan een bepaald bedrag op. Dan krijg je plots een heel ander verhaal. Het stuk dat je wil inpalmen en in ruil wil geven, mag dan in oppervlakte misschien evenveel zijn, maar als we dan kijken naar de prijs en men dat verschil ook moet betalen, dan haken de meesten wel af. Het is belangrijk dat we dit kunnen hard maken want dat gebeurt nu niet. Mensen onderschatten nog steeds de waarde van groen. Als je het niet in euro’s kan uitdrukken, dan zal het ook geen waarde krijgen.


Zijn jullie bezig met het monitoren van de impact van de ingrepen die jullie doen op het stedelijk klimaat (CO2 uitstoot, luchtkwaliteit, temperatuur, …)? En zo ja, zijn er effectief al verbeteringen waarneembaar?

Dat is een heel terechte vraag. Een goed bestuur moet evalueren. Is het middel dat we gekozen hebben wel het juiste middel, hebben we het doel dat we willen bereiken bereikt? Wat betreft milieuvervuiling, hebben we samen met de UCLL een project uitgerold, namelijk de Snuffelpalen, waar we op veertig plaatsen in de Hasseltse binnenstad meters gezet hebben, om eigenlijk continue bepaalde polluenten te kunnen meten. Dat is dan vooral gericht op alles dat te maken heeft met verbranding van fossiele brandstoffen, zoals verwarming of wagens. We hebben bewust gekozen voor veertig, wat redelijk veel is, om een hoge dekking te hebben. Op die manier kan je zelfs bij kleinschalige maatregelen, zoals bijvoorbeeld het invoeren van een schoolstraat, het effect meten. Dan kan je nagaan of het ook effectief een goede keuze was. We willen daarmee ook uittesten in welke mate groen langs wegen of gevelgroen hierin helpen en in welke mate daar fijnstof gecapteerd en afgevoerd wordt. Helaas heeft de meetapparatuur momenteel nog wat kinderziektes en hebben we nog geen resultaten op termijn. Eens deze opgelost zijn kunnen we op lange termijn effecten gaan bekijken.


Veel steden gebruiken voor dataverzameling ook ‘citizen science’ en evolueren naar een ‘smart city beleid’. Is dit iets waar jullie ook mee bezig zijn?


Ja inderdaad, dat is eigenlijk aan elkaar gekoppeld. We hebben de snuffelpalen en we hebben tegelijkertijd een project op poten gezet om mensen te stimuleren om


“Mensen onderschatten nog steeds de waarde van groen. Als je het niet in euro’s kan uitdrukken, dan zal het ook geen waarde krijgen.”


zelf ook meters te maken en op te hangen. We hebben bouwpakketten uitgedeeld en ondersteunende sessies georganiseerd. En deze meters worden gekoppeld aan datzelfde netwerk als de snuffelpalen, dat via open data zal aangeboden worden. Zo kunnen we de data nog meer gaan verfijnen. Er zijn er toch redelijk wat verspreid geraakt en ook scholen hebben hieraan meegedaan. Dat werkt motiverend, we zien daar dan resultaat van en dat stimuleert ook om er effectief iets aan te doen. Wat als we eerlijk zijn, in Vlaanderen is de luchtkwaliteit erbarmelijk.


Burgers betrekken kan meehelpen aan het creëren van draagvlak. Wat kunnen burgers zelf doen om hun steentje bij te dragen aan het vergroenen van de stad en zo de leefbaarheid te verbeteren?

We hebben recent het burgerbudget gelanceerd. Daarmee willen we nog een stap verder gaan. Het is geen subsidie maar het lijkt er wel op. Het is een oproep die we gedaan hebben in het thema van ‘circulair delende stad’ en mensen mochten dan allerhande projecten indienen. Voor de rest waren er weinig inhoudelijke beperking op. Iedereen kon zijn ideeën insturen en er zijn uiteindelijk vijf projecten geselecteerd. Het interessante is dat deze projecten honderd procent autonoom van burgers zijn, wij hebben alleen de grote lijnen bepaald. We hebben hier 20.000 euro voor klaarstaan, maar die gaat verdeeld worden op basis van wat burgers zelf willen. We hebben een deskundige jury die een bepaald percentage van de punten gaat bepalen, maar het grootste deel van de punten wordt bepaald door het publiek. Aan de hand van een poll kunnen mensen kiezen voor de projecten die zij graag tot bloei zien komen. Zo’n initiatief is als politieker wel een sprong in het diepe want je geeft het volledig uit handen. Maar voorlopig zijn we hier heel content van. Het project is nog volop lopende dus neem gerust een kijkje op de website van Hasselt via ‘burgerbudget’ om je stem uit te brengen.


Een groot gedeelte van de stad is privaat terrein, hoe proberen jullie ook deze plekken te ontharden en vergroenen? Zijn jullie bezig met bijvoorbeeld het stimuleren of aanmoedigen van meer biodiversiteit en het klimaatbestendig inrichten van tuinen?

Als je de oppervlaktes bekijkt , zijn tuinen het grootste natuurreservaat van Vlaanderen. We zetten hier wel op in via sensibilisering, in onze eigen communicatiekanalen maar ook via het domein Kiewit. Hier heb je de natuur-educatieve werking via de ambertuin waar we laten zien hoe je een tuin milieu-, klimaat- en natuurvriendelijk kan inrichten, grotendeels door zelf het goede voorbeeld te geven. We doen daar ook veel workshops en dergelijke die altijd in een mum van tijd volzet zijn. We werken ook aan sensibiliserende acties zoals de jaarlijkse broeikasbomen.

Dat initiatief is opgestart met het idee dat we iedereen een boom geven die een wil en tegenwoordig doen we dit ook met struiken en planten. Je kan dan gratis een boom of struik komen afhalen. Dit zijn uiteraard soorten die het hier goed gaan doen op vlak van klimaat en die daarnaast ook een positief effect hebben op een specifiek onderdeel van biodiversiteit, zoals bijen of vlinders. Dit heeft best wel veel succes.

“Tuinen zijn het grootste natuurreservaat van Vlaanderen.”

Vorig jaar hebben we een zevenduizendtal bomen en planten uitgedeeld, die mensen allemaal in hun eigen tuin gezet hebben. We proberen de mensen via deze weg ook te informeren om zo weinig mogelijk te verharden in tuinen en zo een natuurlijk mogelijke aanpak te hanteren. Sensibiliserend zetten we daar wel heel hard op in. Regelgevend is in aanbouw zodat we ook daar de nodige aandacht aan kunnen besteden. Ik hoop dat we met die elementen samen wel wat beweging kunnen krijgen.
Je hebt in veel steden een stadsdichter, die gedichten maakt over de stad en om zo poëzie meer onder de aandacht te brengen. Ik zou in Hasselt eigenlijk graag een stadsbioloog hebben. Iemand die op laagdrempelige wijze kan vertellen over natuur, infoavonden hierover houdt en mensen op allerhande manieren stimuleert. Deze persoon kan dan ook een aanspreekpunt zijn voor allerhande vragen, (bijvoorbeeld hoe kan ik mijn tuin egelvriendelijk maken) en vooral ook veel vooroordelen wegenemen (bijvoorbeeld hoe moet ik omgaan met everzwijnen of met wolven). Dit is maar een idee maar ik denk dat dat wel impact kan hebben. Gewoon al dat je op deze manier duidelijk maakt dat dit een belangrijk thema is. Als je de verhalen tot bij mensen kan krijgen, dan krijg je mensen ook mee.


Cookies op groen.be

Groen gebruikt functionele en analytische cookies die noodzakelijk zijn om de website goed te laten functioneren. Deze cookies verwerken geen persoonsgegevens en hier is geen toestemming voor nodig.

Als je daarvoor toestemming geeft, maken we ook gebruik van marketingcookies. Die stellen ons in staat om de website beter af te stemmen op jouw voorkeuren.

Je kunt je instellingen altijd weer wijzigen op de pagina over de cookies.

Voorkeuren aanpassen
Alle cookies accepteren